Tommy is de hele zomer alleen met moeder. Zijn vader is baggeren, zijn zus en broer vieren vakantie bij een oom. Gelukkig is er mevrouw Dijkstra met wie hij vriendschap sluit, en haar zoon Teun, het ratje en de man van de fabriek.
´…Bij het binnekomen heb ik snel een paar rijtjes uit mijn hoofd geleerd. Maar daarmee red ik het niet. Ik krijg toch een pleister. Mijn linkeroog is zwak en lui. Mijn rechteroog is sterk en wordt daarom voor een paar weken dichtgeplakt.´