De Fanfare De Sint-Jansvrienden

Als de mannen van Averbode zondag ´s avonds in een herberg ieverans bijeen zitten, dan komen er elke keer weer op terug, en verteld de ene er dit van, en weet de andere er nog dat van, en dan slaan ze met de vlakke hand op de knie dat het patst en lachen dat hun kaken er zeer van doen.
Want de fanfare, ziet ge, dat is zowat het enige dat er ooit in Averbode is voorgevallen. Wat er daarvoor gebeurde, is in de loop van de jaren stilaan vergeten. Met het bestaan van de fanfare is om zo te zeggen een soort nieuwe tijdrekening begonnen, en wanneer ze over iets spreken dat al enige tijd geleden is, zeggen ze niet: ´In ´t joar zoeveul´, maar wel ´In ´t joar van de fanfare´ of ´noa de fanfare´, en daarmee weten ze bij ons veel beter wanneer het gebeurde dat wanneer ge met cijfers afkomen. uit de: De fanfare van Ernest Claes.